Er zijn verschillende rentetarieven om rekening mee te houden. Welke verhouding je tot elkaar hebt is doorslaggevend, als de Belastingdienst er naar kijkt, en ook als je voor de rechter tegenover elkaar staat.

Wettelijke rente

Rente op personeelslening (artikel 59 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001)

De Wetgever wil voorkomen dat een werkgever geld geeft aan een werknemer zonder dat er belasting over betaald wordt. Daarom is apart geregeld dat er dan (een forse) rente moet worden betaald.

Tot januari 2015 publiceerde de Belastingdienst jaarlijks een normrente. Dat werkte prettig, maart lokte kennelijk uit dat er soms misbruik werd gemaakt van de regeling. Daarom geldt sindsdien dat je zelf een passende marktrente moet kiezen. Je moet dan voor die specifieke werknemer bepalen welke individuele kredietwaardigheid een willekeurige bankier zou inschatten. Erg omslachtig dus. En als je een te lage rente rekent, dan kan de Belastingdienst loonheffing opeisen over de rente die de werknemer te weinig betaald zou hebben.

2014 4,00%
2013 3,00%
2012 2,85%
2011 2,50%
2010 2,50%
2009 4,90%
2008 5,30%
2007 4,70%
2006 3,50%
2005 3,50%
2004 3,50%
2003 4,40%

Jeroen van Rossum, 9 november 2005, jongste update 5 mei 2021.