Er zijn verschillende rentetarieven om rekening mee te houden. Welke verhouding je tot elkaar hebt is doorslaggevend, als de Belastingdienst er naar kijkt, en ook als je voor de rechter tegenover elkaar staat.

Wettelijke rente

Als je zelf particulier bent of een vordering hebt op een particulier

De wettelijke rente begint te lopen zodra de betalingstermijn is verstreken. Heb je geen betalingstermijn afgesproken, dan gaat de rente dertig dagen na het versturen van je nota of het verstrekken van de lening in. Je moet altijd rente op rente berekenen:  iedere keer dat er weer een jaar is verstreken wordt de rente bijgeschreven. Dus heb je op 17 maart 2017 een bedrag van 30.000 euro uitgeleend zonder verdere afspraken waar je beiden op papier voor hebt getekend, en wordt er niets afgelost, dan wordt op 17 april 2018 een bedrag van 600 euro op de lening bijgeschreven. Per 17 april 2019 is je vordering tot 31.612 euro opgelopen.

Rente voor niet-handelstransacties (artikel 6:119 BW):

ingangsdatum  
1-jan-2015 2,00%
1-jul-2012 3,00%
1-jul-2011 4,00%
1-jan-2010 3,00%
1-jul-2009 4,00%
1-jan-2007 6,00%
1-feb-2004 4,00%
1-aug-2003 5,00%
1-jan-2002 7,00%
1-jan-2001 8,00%
1-jan-1998 6,00%

De wettelijke rente voor transacties waar particulieren bij betrokken zijn is een (volgens normale afrondingsregels voor afronding naar boven of naar beneden) op een heel getal afgerond percentage, dat 2,25% hoger ligt dan de herfinancieringsrente van de ECB (Europese Centrale Bank) per eind april dan wel eind oktober. Dit wordt bepaald in lid 1 van artikel 6:120 BW.

Jeroen van Rossum, 9 november 2005, jongste update 5 mei 2021.