Ouders meer laten werken

Deze week verschenen er berichtjes over een publicatie van het CPB uit februari 2015, over fiscaal participatiebeleid. Zie http://www.cpb.nl/publicatie/de-effectiviteit-van-fiscaal-participatiebeleid. “Hoe moeders te verleiden om meer te werken” suggereert een foto op de voorpagina, van een ons voorgehouden bosje worteltjes met verlept loof.

Reden voor de publicatie is de discussie over wijziging van ons belastingstelsel. Een belangrijke doelstellingen blijkt dat meer mensen moeten willen werken.

De samenvattende tabel lijkt alleen maar te zeggen dat vlaktaks een slecht idee is. De meeste veranderingen leiden wel tot inkomensongelijkheid maar brengen mensen nauwelijks tot extra werken. En ik herken vaak eerder een stok dan een wortel.

Mijn aanleiding om de publicatie te lezen was de onzin die ik er elders over las. De opdracht “moeders prikkelbaar” is natuurlijk ook erg verwarrend. De onderzoekers concludeerden dat alleenstaande ouders en samenwonende jonge moeders veel sneller dan anderen (meer) gaan werken als ze daar meer geld aan overhouden. In de publicatie staat het niet met zo veel woorden, maar aangenomen wordt dat het belangrijk is deze groep te beschermen tegen een carrièrebreuk (en daardoor inkomensknip) na jaren buiten het arbeidsproces gestaan te hebben.

Vooral verwonderlijk zijn de kromme zinnen over de kinderopvangtoeslag. Door meer kinderopvangtoeslag bereik je dat moeders in gezinnen 1,22% ofwel gemiddeld wekelijks een half uur meer gaan werken. Dit effect is kleiner dan je zou verwachten, omdat kinderen die nu vaak worden opgevangen door familie of buren, dan naar professionele opvang gaan. Maar het effect is veel groter dan de vijf minuten per week die mensen extra gaan werken als (de tweede schijf van) het algemene belastingtarief 2% wordt verlaagd. Lees zelf wat ze daar in http://www.accountancyvanmorgen.nl/Nieuws/detail/fiscale-prikkels-arbeidsparticipatie-steeds-minder-effectiefvan maken.

Dat een hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting mensen stimuleert om te gaan werken lag voor de hand; daar blijk je vrij goedkoop opvoedende ouders gemiddeld een half uur per week extra mee aan het werk te krijgen. Door een verlaging van het kindgebonden budget gaan ze wekelijks twintig minuten meer werken.

Er zijn wel meer maatregelen die positief zouden werken, maar met zo weinig effect dat ik denk dat de maatschappelijke onrust negatiever zou zijn dan de bate in productiviteit. Zo zouden moeders in gezinnen 0,59% ofwel wekelijks een kwartier meer gaan werken door de bijstand met 12% te verlagen). Draconisch!

Tussen de regels door lees ik dat sommige maatregelen maar beperkt werken door stapeling van maatregelen. Wat ik bedoel is dat we een reeks inkomensafhankelijke subsidies kennen. Het gaat telkens maar om enkele procenten die je minder krijgt bij een hoger inkomen. Politiek is het erg correct om daar voor te pleiten. Maar tel al deze inkomensafhankelijkheden eens op tot wat mensen voelen als belasting. Juist lagere inkomens blijken dan vaak een absurd hoog marginaal belastingtarief te hebben. In gewone mensentaal: als je tien Euro bijverdient is er daar met wat geluk net eentje van voor jezelf. Dat werkt natuurlijk uitgesproken negatief voor de arbeidsparticipatie.

© Jeroen van Rossum, 29 april 2015.

 

Duidelijk mag zijn dat de materie complex is. Mijn uitleg is bedoeld om duidelijk te maken dat een reeks omstandigheden relevant is, en om aan te geven op welke bedragen belasting u ongeveer mag rekenen. Uw individuele omstandigheden zijn echter relevant. Als u het echt goed geregeld wilt hebben en u echt wilt weten hoe het zit, kan een betaald adviesgesprek zinvol zijn. Een adviseur is in staat om het verschil tussen uitleg en procedurele regels uit te filteren, en rekening te houden met individuele omstandigheden.
In communicatie met de Belastingdienst weet een professional dit zo te verwoorden dat het voor de Belastingdienst herkenbaar is; voor een particulier is het geen schande als dat niet lukt, maar de consequentie van bezuinigen op professionele begeleiding.